Breken, scheuren, deuken en kraken… Pech zit vaak maar in een klein hoekje. Wat doe je als je iets kapot maakt van een ander, behalve gemeend ‘sorry’ zeggen? Hoe je goed bent voorbereid op schade lees je in dit artikel!

‘Het zijn gelukkig maar spullen,’ hoor je vaak. Maar wat als er wel iemand gewond raakt, met sporten of uitgaan bijvoorbeeld? Schadeclaims lopen al snel hoog op. Gelukkig is het in veel gevallen goed geregeld in ons land, met allerlei verzekeringen. Zeker als je 18 wordt is het goed om hier naar te kijken en met je ouders over te praten.

Aansprakelijkheidsverzekering

Als je iets kapot maakt of beschadigt van een ander is een aansprakelijkheidsverzekering jouw reddingsboei. Deze dekt je tegen schade die jij (of misschien je hond of kat) bij anderen veroorzaakt. Jouw verzekering betaalt dan voor het herstellen of vervangen van de beschadigde spullen òf voor de ziektekosten als iemand lichamelijk letsel oploopt. De premie kost je zo’n € 2,50 per maand minimaal. Of hoger, wanneer je beter verzekerd wilt zijn.

Wanneer heb ik dit nodig?

Vanaf je 16e ben je al voor het grootste deel wettelijk aansprakelijk. Wel kun je tot je 23e of 27e meeverzekerd blijven bij je ouders (dit verschilt per verzekeraar). Ook als je studeert en op kamers woont. Stop je met je studie? Dan moet je vaak zelf een AV afsluiten. Vraag dus sowieso eens aan je ouders of ze wel verzekerd zijn voor jouw ongelukjes.

Voertuigen

Voor je bromfiets, scooter of auto geldt een aparte regel. Je moet hiervoor als eigenaar zelfs verplicht een WA-verzekering afsluiten. Zo dek je je in voor schade die met jouw voertuig wordt veroorzaakt. Dit geldt helaas dan weer niet voor de schade aan je eigen voertuig. Daar bestaan zogenaamde aanvullende verzekeringen voor, waar je dan wel voor moet bijbetalen.

Meer lezen over wat je moet regelen als je (bijna) 18 wordt? Kijk eens naar het Geldplan Bijna 18 van NIBUD.